Naar de inhoud

Gasleidingen


Vaste gasleidingen


Voor vaste gasleidingen gebruikt u uitsluitend naadloze koperen of roestvrijstalen pijpen. De leidingen moeten makkelijk bereikbaar en te inspecteren zijn. Bij het aanbrengen van de knelkoppelingen op zacht koperen pijpen, past u steunbussen toe om insnoering te voorkomen. Zachtsoldeerverbindingen zijn verboden.
Slangen (ook slangen met aangewalste koppelingen) mogen niet zijn aangetast. Bekijk de slang jaarlijks. Een min of meer vaste regel is dat de slangen maximaal drie jaar oud mogen zijn. Soms gaan ze langer mee. Als u twijfelt, kunt u het beste de slangen vervangen.

Buigzame leiding (slang)


Bij de installatie mag u alleen een slang gebruiken bij het cardanisch opgehangen kooktoestel. Deze moet aangewalste koppelingen hebben. Enige uitzondering hierop is als er slechts één toestel rechtstreeks wordt aangesloten op de gasfles. De meest gangbare slang is een goedgekeurde oranje propaanslang die voorzien is van een fabricagedatum. Er zijn ook goedgekeurde slangen met een rvs-mantel op de markt. Een slang mag niet langer zijn dan een meter (tenzij voorzien van een aangepaste koppeling) en niet ouder zijn dan twee jaar. Voorkom knik en torsie en zorg voor een juiste afmeting van de gasslang. Slangen zonder koppelingen op tules zijn niet toegestaan.
Voor het hogedrukgedeelte (verbinding fles en aansluitkraan op verzamelleiding) zijn er speciale slangen met koppelingen met linkse draad. In een van deze koppelingen is de fabricagedatum ingeslagen.

Bevestigingsbeugels


Voor het vastzetten van leidingen gebruikt u bij voorkeur koperen (in ieder geval metalen) beugels met een rubberen inleg. De gasleiding moet daarbij voldoende expansieruimte houden.

Drukregelaars


De maximum werkdruk van de regelaar mag nooit hoger zijn dan 50 mbar. Een gemonteerde regelaar met afblaasveiligheid is verplicht. De maximale leeftijd van die regelaar is tien jaar, daarna moet u de regelaar vervangen. Het jaartal staat aan de onderzijde ingeperst.